Standpunt berekening aftrek elders belast onder belastingverdrag Nederland – België

De kennisgroep IBR IB niet-winst/LB/PH aanslag heeft een standpunt ingenomen over de berekening van de voorkoming van dubbele belasting onder het belastingverdrag tussen Nederland en België. Meer specifiek over de vraag of een schuld die verband houdt met een in België gelegen onroerende zaak, maar niet is verzekerd met een recht van hypotheek, in aanmerking wordt genomen bij de berekening.

Aanleiding
Belastingplichtige is woonachtig in Nederland en eigenaar van een in België gelegen onroerende zaak. De onroerende zaak behoort tot de rendementsgrondslag box 3. Ter financiering van de aankoop van deze onroerende zaak is belastingplichtige een geldlening aangegaan. De geldlening behoort ook tot de rendementsgrondslag box 3. Er is echter geen hypotheek gevestigd op de onroerende zaak. Als zekerheid voor de lening dient een effectenportefeuille.

Vraag
Moet sprake zijn van een hypotheekrecht om bij de berekening van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting bij onroerende zaken gelegen in België rekening te kunnen houden met schulden?

Antwoord
Nee, er hoeft geen sprake te zijn van hypothecaire schulden. Bij de berekening van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting wordt rekening gehouden met die onroerende zaak verband houdende schulden. Lees verder

Niet-bezwaarmakers hebben geen recht op vermindering box 3-heffing

Een belastingaanslag waarbij voor de jaren 2017 tot en met 2020 te veel inkomstenbelasting in box 3 is geheven, hoeft niet te worden verminderd als die aanslag definitief is komen vast te staan vóór het zogenoemde Kerstarrest van de Hoge Raad van 24 december 2021. Dat heeft de Hoge Raad vandaag beslist in twee zaken die als proefprocedures in het kader van een massaalbezwaarplusprocedure aan de Hoge Raad zijn voorgelegd.

In dit Kerstarrest is geoordeeld dat het in 2017 ingevoerde stelsel van heffing in box 3 een inbreuk vormt op het discriminatieverbod en het eigendomsrecht. Daarom moeten aanslagen waarbij over meer dan het werkelijke rendement belasting is geheven, worden verminderd. In 2022 heeft de Hoge Raad al beslist dat dit niet geldt voor de mensen die niet tijdig bezwaar hebben gemaakt en van wie de aanslag dus al definitief vast stond vóór het arrest van 24 december 2021.

In de uitspraken van vandaag heeft de Hoge Raad beslist dat hij geen reden ziet terug te komen van die beslissing uit 2022. Ook is de Hoge Raad van oordeel dat er geen sprake is van discriminatie ten opzichte van de wel-bezwaarmakers en dat ook het evenredigheidsbeginsel niet is geschonden.

Achtergrond
Op 24 december 2021 heeft de Hoge Raad het zogenoemde Kerstarrest gewezen. Daarin is beslist dat het met ingang van 2017 ingevoerde stelsel van heffing van inkomstenbelasting in box 3 een inbreuk vormt op het discriminatieverbod in het EVRM en het eigendomsrecht als bedoeld in het Eerste Protocol daarbij, als het door de wetgever bepaalde rendement (het fictieve, forfaitaire rendement) hoger is dan het werkelijke rendement. Aanslagen waarbij belasting is geheven over meer dan het werkelijke rendement moeten in zo’n geval worden verminderd. Lees verder

Plan voor belasting over werkelijk rendement en opties voor rechtsherstel box 3

Het kabinet is van plan om vanaf 2025 belasting te gaan heffen over het werkelijk rendement in box 3. Een brief over hoe dit nieuwe systeem eruit gaat zien is vandaag naar het parlement gestuurd. Met een zogenaamde vermogensaanwasbelasting zal jaarlijks belasting worden geheven over de werkelijke opbrengst van het vermogen.

Het kabinet heeft het parlement daarnaast een brief gestuurd met daarin opties hoe rechtsherstel kan worden geboden aan de mensen die belasting hebben betaald over vermogen in box 3 voor de jaren 2017 t/m 2022. Dit naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad van eind vorig jaar. Voorstel is om mensen rechtsherstel te bieden op basis van een nieuwe berekening waarbij het werkelijk rendement zo dicht mogelijk wordt benaderd. Hier zijn twee varianten voor uitgewerkt.  Voor de tussenliggende jaren 2023 en 2024 wordt tijdelijke wetgeving langs dezelfde lijnen voorbereid.

Lastige keuzes

Staatssecretaris Van Rij van Financiën: “Vermogen is jarenlang op een verkeerde manier belast. Mensen met spaargeld betaalden hierdoor te veel belasting, terwijl bezitters van onroerend goed door de sterke huizenprijsstijgingen juist te weinig betaalden. Er komt daarom vanaf 2025 een nieuw systeem waarbij we belasting gaan heffen over het rendement dat mensen werkelijk hebben behaald. Natuurlijk gaan we ook het verleden rechtzetten, al is daar geen ideale oplossing voor. Alle opties die zijn onderzocht hebben naast voordelen ook nadelen. Dit betekent dat we de komende tijd nog lastige keuzes moeten maken.”

Besluitvorming
Het kabinet wil mensen zo snel mogelijk duidelijkheid bieden over wat zij kunnen verwachten van het herstel. Tegelijkertijd vindt het kabinet het belangrijk hierover eerst volgende week met de Tweede Kamer in gesprek te gaan. Er bestaat namelijk niet één simpele oplossing en iedere keuze heeft verschillende budgettaire en uitvoeringstechnische gevolgen.

Afhankelijk van de keuze voor de doelgroep en de variant kost het herstel tussen de € 2,4 miljard en € 11,7 miljard. Pas na het debat zal tijdens de voorjaarsbesluitvorming rond begin mei definitieve besluitvorming plaatsvinden. Er wordt dan ook besloten over de budgettaire dekking. Uitgaande van deze planning kan de Belastingdienst rond 1 juli beginnen met het herstel zodat in ieder geval alle massaal ingediende bezwaarschriften voor 4 augustus afgewikkeld kunnen worden. Lees verder

» Pagina 1 van 2
1 2