Standpunt berekening aftrek elders belast onder belastingverdrag Nederland – België

De kennisgroep IBR IB niet-winst/LB/PH aanslag heeft een standpunt ingenomen over de berekening van de voorkoming van dubbele belasting onder het belastingverdrag tussen Nederland en België. Meer specifiek over de vraag of een schuld die verband houdt met een in België gelegen onroerende zaak, maar niet is verzekerd met een recht van hypotheek, in aanmerking wordt genomen bij de berekening.

Aanleiding
Belastingplichtige is woonachtig in Nederland en eigenaar van een in België gelegen onroerende zaak. De onroerende zaak behoort tot de rendementsgrondslag box 3. Ter financiering van de aankoop van deze onroerende zaak is belastingplichtige een geldlening aangegaan. De geldlening behoort ook tot de rendementsgrondslag box 3. Er is echter geen hypotheek gevestigd op de onroerende zaak. Als zekerheid voor de lening dient een effectenportefeuille.

Vraag
Moet sprake zijn van een hypotheekrecht om bij de berekening van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting bij onroerende zaken gelegen in België rekening te kunnen houden met schulden?

Antwoord
Nee, er hoeft geen sprake te zijn van hypothecaire schulden. Bij de berekening van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting wordt rekening gehouden met die onroerende zaak verband houdende schulden. Lees verder

Duidelijkere regels sociale uitkeringen voor mobiele werknemers in de EU

Het Parlement heeft EU-regels ter coördinatie van sociale zekerheidstelsels goedgekeurd voor eerlijke toegang tot sociale zekerheid voor werkers die in een ander EU-land wonen of werken.

De langverwachte herziening van de regels ter coördinatie van de sociale zekerheid, waarover het Parlement en de Raad voorlopig overeenstemming hebben bereikt, voert duidelijkere criteria in om te bepalen welke sociale zekerheidswetgeving van toepassing is op EU-werknemers die in een andere EU-lidstaat wonen of werken. Daarnaast moedigt de herziening de lidstaten aan om de nodige informatie tijdig uit te wisselen om fouten of fraude op te sporen, inclusief misbruikpraktijken zoals brievenbusfirma’s.

De tekst is aangenomen met 511 stemmen voor, 87 stemmen tegen, bij 61 onthoudingen.

Werkloosheidsuitkeringen
De wet verduidelijkt hoe periodes van werk, zelfstandig ondernemerschap of verzekeringsdekking in verschillende lidstaten worden meegeteld bij de beoordeling van het recht op werkloosheidsuitkeringen. Mensen die naar een ander EU-land gaan om werk te zoeken, hebben recht op werkloosheidsuitkeringen gedurende zes maanden van het land dat zij hebben verlaten. Deze periode kan worden verlengd tot het einde van hun uitkeringsrecht.

Voor grensarbeiders wordt verduidelijkt welke lidstaat verantwoordelijk is voor de uitkeringen. Indien een grensarbeider gedurende een ononderbroken periode van 22 weken in loondienst, als zelfstandige en/of verzekerd is geweest in een andere lidstaat dan diens woonland, worden de uitkeringen betaald door het land waar hij werkt. Lees verder

Niet-bezwaarmakers hebben geen recht op vermindering box 3-heffing

Een belastingaanslag waarbij voor de jaren 2017 tot en met 2020 te veel inkomstenbelasting in box 3 is geheven, hoeft niet te worden verminderd als die aanslag definitief is komen vast te staan vóór het zogenoemde Kerstarrest van de Hoge Raad van 24 december 2021. Dat heeft de Hoge Raad vandaag beslist in twee zaken die als proefprocedures in het kader van een massaalbezwaarplusprocedure aan de Hoge Raad zijn voorgelegd.

In dit Kerstarrest is geoordeeld dat het in 2017 ingevoerde stelsel van heffing in box 3 een inbreuk vormt op het discriminatieverbod en het eigendomsrecht. Daarom moeten aanslagen waarbij over meer dan het werkelijke rendement belasting is geheven, worden verminderd. In 2022 heeft de Hoge Raad al beslist dat dit niet geldt voor de mensen die niet tijdig bezwaar hebben gemaakt en van wie de aanslag dus al definitief vast stond vóór het arrest van 24 december 2021.

In de uitspraken van vandaag heeft de Hoge Raad beslist dat hij geen reden ziet terug te komen van die beslissing uit 2022. Ook is de Hoge Raad van oordeel dat er geen sprake is van discriminatie ten opzichte van de wel-bezwaarmakers en dat ook het evenredigheidsbeginsel niet is geschonden.

Achtergrond
Op 24 december 2021 heeft de Hoge Raad het zogenoemde Kerstarrest gewezen. Daarin is beslist dat het met ingang van 2017 ingevoerde stelsel van heffing van inkomstenbelasting in box 3 een inbreuk vormt op het discriminatieverbod in het EVRM en het eigendomsrecht als bedoeld in het Eerste Protocol daarbij, als het door de wetgever bepaalde rendement (het fictieve, forfaitaire rendement) hoger is dan het werkelijke rendement. Aanslagen waarbij belasting is geheven over meer dan het werkelijke rendement moeten in zo’n geval worden verminderd. Lees verder

» Pagina 1 van 15
1 2 3 4 5 6 15